BLOG


 

Ds. G. Boer verdedigde in zijn kerk klassieke verzoeningsleer

 


 INTRO:

Binnen de Nederlandse Hervormde Kerk zette ds. G. Boer zich sterk in voor een onverkorte handhaving van de klassieke verzoeningsleer, zoals verwoord in de gereformeerde belijdenisgeschriften. Hij stemde in met Calvijn, waarschuwde voor Barth en houdt ons een spiegel voor.

 

Heel nadrukkelijk beklemtoont ds. Boer  –op 17 januari was het vijftig jaar geleden dat de markante predikant overleed– de plaatsvervanging. Hij ziet de spits van de verzoening door het bloed van Christus in de eerste plaats op God gericht. De realiteit van Gods toorn mag niet omspoeld en weggespoeld worden door de werkelijkheid van Zijn overweldigende liefde. De Schrift, zo benadrukt ds. Boer, kent het heen en weer van de toorn naar de liefde, van het gericht naar de vrijspraak. Vanwege deze Bijbelse accenten zag hij zich genoodzaakt om een minderheidsrapport over de verzoening bij de synode in te dienen.

 

Vervlakking

Enkele schetsen uit dit rapport doen ons hem kennen. Bij nader inzien blijkt volgens ds. Boer de grond van de zekerheid niet buiten de verzoening met God te liggen, maar juist er midden in. Vervolgens geeft hij een overzicht van de verzoening in de Vroege Kerk en de Reformatie. De Schrift spreekt over Christus’ dood als het offer voor de zonde, als de weg waarop de vrede gevonden wordt, als een uitdelgen van de schuld, als vergeving van de zonden.

In grote geschillen inzake de leer van de verzoening gaat het om de meest persoonlijke, bevindelijke ontmoeting met God, Die doodt en levend maakt, veroordeelt en vrijspreekt, doet wegzinken en doet opkomen, afsnijdt van onze oude levenswortel en inlijft in Christus. Ook bij de theoloog K. Barth zit hier de ”nervus rerum” (zenuw van alles). Gods toorn wordt omspoeld door Zijn liefde, zegt hij. Ligt hier niet de oorzaak van de grote vervlakking die de prediking –door Barth geïnspireerd– ook in ons vaderland gebracht heeft?, vroeg ds. Boer zich af.

In de nieuwe theologie worden de pezen van de reformatorische verzoeningsleer doorgesneden en wordt het kruis alleen het kenprincipe van Gods líefde. Dan is de prediking van de liefde van God er alleen op uit om wederliefde te wekken. Meer niet. Hier sterft de religie weg. De ontkerstening van ons land neemt toe naarmate deze prediking meer terrein wint. Wie de toorn van God niet ernstig neemt, neemt ook de zonde niet ernstig.

 

Evenwichtig

De verzoening gaat niet alleen van God úit (God gaf het offer), maar is ook op God gerícht (God eist het offer). Wij krijgen alleen via het gericht over ons leven deel aan de vrede van God in Christus. Op dit punt wijken hedendaagse gereformeerden af. Volgens hen is er een onomkeerbare wending van Gods toorn naar Gods liefde in ons persoonlijk leven en zijn wij met God verzoend door de dood van Christus. Maar ook dan, wanneer wij persoonlijk met God verzoend zijn, blijft er een bewogen omgang met God. Daarin is, zij het anders dan voorheen, sprake van een heen en weer van de liefde naar het misnoegen van God, en omgekeerd. Daarin is de verzoening door het bloed van Christus een blíjvende zaak, die in al zijn facetten steeds heerlijker gaat schitteren. Verzoening is erkenning van de rechtsorde van God. Deze rechtsorde wordt op Golgotha niet geschonden, maar ten volle gerespecteerd.

Daarom is alleen hij die in Christus is een nieuw schepsel. In Christus zijn betekent: Christus ingelijfd zijn, lid van Zijn lichaam zijn en daarom geheel door Hem geregeerd worden. Het betekent ook deel hebben aan de vruchten van Zijn werk, de ”unio mystica” (geestelijke vereniging) met Hem beoefenen en daarom bewust leven tot Zijn eer.

Calvijn laat nooit de gerechtigheid en de heiligheid van God in de liefde van God ondergaan, benadrukt ds. Boer. Hij laat de toorn van God niet door de liefde van God omspoelen en wegspoelen, maar handhaaft deze beide op een geestelijke en zeldzaam evenwichtige wijze.

 

Nodiging

De aanbidding vindt daar plaats waar God gezegd heeft: „Aldaar zal Ik tot u spreken” (Exodus 25:22). Dat is de plaats waar het alles druipt van het bloed van Christus. Enerzijds om de toorn van God te stillen, anderzijds om het geweten te reinigen van de dode en de boze werken, om de levende God te dienen. Dat is een gebeuren op Golgotha en een gebeuren in het hart. De Heilige Geest brengt dit offer in het hart door Zijn levende tegenwoordigheid.

De nodiging luidt: „Laat u met God verzoenen” (2 Korinthe 5:20). Dus niet: U bent verzoend, geloof dat. Het moet vandaag uitdrukkelijk gesteld worden dat dit niet waar is, omdat de Bijbel ons anders leert, aldus ds. Boer. En wanneer de prediking van de verzoening opgaat in een mededeling van een nieuwe stand van zaken, die uitgeroepen moet worden en die met geloof of ongeloof kan worden beantwoord, zonder dat dit iets verandert, dan is dat tegen de Schrift.

 

 

Geestelijke verbondenheid

Het theologische denken en de prediking van ds. Boer zijn christocentrisch. Zijn christologie staat wel altijd in het kader van de Drieëenheid en wordt nauw verbonden met het werk van de verkiezende God en met de Heilige Geest.

In de worsteling om het belijden in het geheel van de kerk en binnen de Gereformeerde Bond heeft ds. Boer sporen getrokken, al waren het volgens sommigen ook wel eens smalle sporen. Prof. C. Graafland ging volgens ds. Boer wegen waarin hij hem niet kon volgen en die hij gevaarlijk achtte. Ook meende hij dat de verkiezing in de prediking binnen de Gereformeerde Bond niet zo overheersend was als Graafland geschetst had. De prediking van de verkiezende God diende tot verheerlijking van Gods genade en verdiende in zijn ogen veel aandacht. Ds. Boer toonde zich ook beducht voor de belangstelling hier en daar in de Gereformeerde Bond voor de theologie van Barth. Er zijn pogingen ondernomen om ds. Boer weer in contact te brengen met prof. Graafland.

 

Ook tussen ds. Boer en ds. L. Kievit ontstond enige tijd verwijdering. Die zou te maken hebben gehad met een gebrek aan openheid jegens critici binnen de Gereformeerde Bond. De verwijdering had echter wezenlijk te maken met het zicht op en de vertolking van de verzoening. Tussen beiden bleef intussen een intense band in geestelijk opzicht bestaan.

Met prof. Graafland en ds. Kievit veranderden de toonsoort en toonhoogte in de verkondiging enigszins. Die tendeerde onbedoeld in de richting van de algemene verzoening. Deze tendens zet tot op vandaag heel subtiel door. Dit neemt niet weg dat deze bekende predikers vanuit een geestelijke verbondenheid waarderende woorden over ds. Boer spraken bij zijn verscheiden.

Hoe zou ds. Boer nu, vijftig jaar later, terugkijken op de ontwikkelingen in de Gereformeerde Bond. Het zou goed zijn ons met deze vraag diepgaand bezig te houden.

 

                  




Unieke prediking van Spurgeon vandaag

In gedachten zijn we op een zondag in de 19de eeuw in Londen in de kerk bij Charles Haddon Spurgeon. De prins der predikers verschijnt voor het voetlicht, omstraald met het licht van de hemel. Spurgeon is groot omdat hij zo klein is voor God. De liefde van God omsluit zoals iedere zondag de duizenden in de grote Metropolitan Tabernacle in Londen-Southwark. De duif van de Geest vliegt rusteloos af en aan van het speekgestoelte naar alle uithoeken op en onder de drie galerijen van het immense gebouw dat iedere zondag 5000 toehoorders bergt.

God doet wonderen, Hij alleen. En toch is daar ook een subtiele en manifeste verbondenheid met de prediker. Hij neemt tallozen ademloos gevangen om op te ademen in de gehoorzaamheid van Jezus Christus. De bewogenheid van God zindert in de prediker en krijgt zijn beslag over de samengepakte duizenden. Eeuwigheidspanning is voelbaar en bijna hoorbaar. Er gaat een sprake vanuit als antwoord op het spreken van God in de woorden van de prediker. Hier staat een prediker in wie de klanken van de Reformatie tot klinken komen met piëtistische ondertonen waarbij het getuigenis van de kerk der eeuwen de boventoon voert. Kinderlijke naïviteit en hoogbegaafdheid mengelen zich in de getuigende verkondiging van de prediker als een machtig klokkenspel, bespeeld door de grote Beiaardier in de hemel

Als er weer gepreekt zou worden in de geest van Spurgeon, zouden er opnieuw tallozen gezegend worden. Want de binnenkant van de secularisatie is de misère van de prediking vandaag. Voorspelbare prediking zonder de kracht van de genade heeft een eigen verzadigingsmoment. Daarna wenst de gemeente neurotisch bevestigd te worden in het eigen gelijk. En wenst men gelijk te blijven aan zichzelf, al zegt men uit te zien naar verandering. Positieve verandering in wedergeboorte en bekering komt van God als een wonder van Zijn genade. Op de wijze van de verrassing. Deze verrassing manifesteert zich door en in de prediking. Dan gaat het om prediking in betoning van Geest en kracht, waar God in is en waar de prediker als gezalfde van de Heere in is. De ruimte wordt gevuld met de heerlijkheid des Heeren en harten worden daarmee vervuld. In een eindeloze honger en dorst naar de gerechtigheid van Jezus Christus. En de velerlei vertroostingen van de Heilige Geest vermenigvuldigen zich als maar door.

Een machtig heimwee vult de kerkruimte en voert tallozen heen naar het eeuwig zalig leven. Afwisselend ziet de gemeente de heerlijkheid Gods en dan weer de zalving van de prediker in de bediening der verzoening. Deze vloeien in elkaar over zodat de aarde wordt meegenomen naar de hemel en de hemel op de aarde neerdaalt. Een machtige gloed van hemels vuur vervult harten en zinnen. En de lofzang stijgt naar boven: ‘Mijn God, ik zal U eeuwig loven, omdat Gij het hebt gedaan’.

Deze Geest-vervulde prediking richt armen op uit het slijk en plaatst hen naast prinsen en wereldgroten. Meer dan rijkdom en meer dan goud schitteren in de genadegaven van de Heilige Geest. Deze vervullen harten en levens van de hoorders zodat hun monden steeds overvloeien van Gods eer. Deze hemelse prediking ontrukt aan de ellende hier beneden en ontstijgt het leven van alledag om dit tot in alle hoeken en gaten te vullen met de heerlijke tegenwoordigheid van God.

De sleur van iedere zondag is voorbij en de harde kerkbanken nodigen uit om te gaan zitten aan de voeten van Jezus. Een en al oor ontgaat ons geen woord van God. Weer komt de prediker in ’t zicht met achter hem en in hem de heerlijkheid van God. Zijn persoonlijkheid doortrokken van de bediening der verzoening vervaagt weer om ten slotte niemand meer te zien dan Jezus alleen.

De zondag wordt een uitgaansdag naar de voorhoven van onze God. En vult zo alle dagen van de week met de liefelijke reuk van Christus. Het aroma van de hemel omgeeft onze levens. En als wandelende bijbels mogen we met ons leven anderen vertellen dat God goed is. Prediking wordt een ongehoord en ongezien verschijnsel, als ware het opnieuw Pinksteren: ‘Wat mag toch dit zijn?’. En de secularisatie wordt gaandeweg opgerold in het voortdurend ontrollen van het eeuwige evangelie vanuit de boekrol in de handen van een engel. Wat hier geschiedt, is volstrekt uniek. Een uniciteit van Godswege.

Een Spurgeon vandaag en de secularisatie verdwijnt als sneeuw voor de zon en doorbreekt alle kerkelijke grenzen. Want er zijn ook in ons land geen grenzen aan Jezus macht.









   

Wegstervend historisch besef leidt tot verdwijnend kerkelijk besef


Pogingen om de kerk te zuiveren van bepaalde zonden getuigen vaak van weinig of geen historisch besef. Niettegenstaande alle goede bedoelingen houdt men er dan geen rekening mee dat de ecclesiologie (leer van de kerk) van de Reformatie staat in een historische context, waarin wij duidelijk Gods hand in de geschiedenis van ons land zagen en als zodanig ook beleden. Wegstervend historisch besef en een verdwijnend kerkelijk besef hebben dan ook alles met elkaar gemeen. Als men dit niet ziet, overspeelt men zijn hand. Terwijl men God de vrije hand dient te laten in de bediening van de verzoening.

Om dit duidelijk te maken zou ik het kerkbegrip vanuit de Schrift en de Reformatie dynamisch willen aanscherpen rondom de drie sola’s. Immers de kerk werd hervormd rondom en binnen de dynamiek van het ‘sola scriptura’  (alleen door de Schrift), het ‘sola gratia’ (alleen door genade) en het ‘sola fide’ (alleen door geloof). Dit is ook de intentie van de artikelen 27 tot en met 29 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.

Zo gezien is er nooit een geheel zuivere nationale Kerk van de Hervorming (die aanvankelijk Gereformeerde Kercke heette) geweest, en anderzijds bestaat de Kerk van de Hervorming in ons land nog altijd, maar dan in een gebroken gestalte. Ten aanzien van deze gebrokenheid staat zij op gespannen voet met de katholiciteit van de kerk, die door de Reformatie onverkort werd beleden met de hervorming van de éne kerk.

Het geding met individuele pogingen vandaag om de kerk te zuiveren dient daarom geplaatst te worden in het kader van het geding dat de Reformatie aanspande met de kerk van zijn dagen én met de doperse stromingen daaromheen. En dan zouden voornoemde individuele pogingen wel eens een dopers vooruitgrijpen kunnen blijken te zijn in eschatologisch opzicht en een dienovereenkomstige miskenning van Gods hand in de geschiedenis. Deze individuele pogingen - die gemakkelijk kunnen uitgroeien tot een volks(e) beweging als in 2004 - zouden daarom wel eens meer te maken kunnen hebben met het postmoderne individualisme dan met het katholiciteitsbegrip van de Reformatie. Men gaat dan beeldbepalende mensen achterna zonder goed te (kunnen) beseffen wat men doet. Daarmee is dan tegelijkertijd gezegd dat hiermee de kerk en het christelijk geloof als zodanig in het geding zijn. En een desintegrerend geloof – niettegenstaande alle goede bedoelingen - overleeft de tand des tijds niet. Want de katholiciteit en de historiciteit van de kerk behoren bijeen. Een tunnelvisie is dan bepalend voor wat men denkt en doet. Deze tunnelvisie kan ontstaan doordat men niet meer blijvend gericht is op het artikel waarmee de kerk staat of valt, namelijk de rechtvaardiging van de goddeloze (Luther). Maar men raakt gefixeerd op alles wat daar om heen gebeurt of niet gebeurt. En dit betreft dan uiteraard de heiliging. En als de heiliging vóór de rechtvaardiging schuift – als is het nog zo subtiel – dan gaat het fout. Dan is er onmiddellijk sprake van schuivende panelen – in theologie en prediking. Zo lang de rechtvaardiging uit genade, door het geloof en door de Schriften mag worden gepreekt, mag men de kerk nooit verlaten.

Tijdens de Reformatie in de zestiende eeuw kreeg  de visie op de kerk immers een ongekende historische actualiteit. Want in de strijd met Rome keerde Luther terug tot de geestelijke opvatting van de kerk met behoud van haar katholiciteit. Het kostte Luther zware strijd met de Roomse Kerk en haar kerkbegrip te breken. Hij vond en behield tenslotte zijn vastheid in de rechtvaardiging door het geloof alleen. Van daaruit kwam hij veel verder dan hij oorspronkelijk gedacht of bedoeld had. Luther zocht en vond zijn opvatting van de kerk tenslotte in de Heilige Schrift. Dit leidde tot een ootmoedig geloofs-verstaan van de kerk. De ganse kerk bidt immers tot aan het einde toe: “Vergeef ons onze schulden.” En Christus reinigt Zijn Kerk dagelijks van dwaling en zonde. Daarbij blijft ze een onderdanige zondares voor God tot aan de jongste dag en is alleen heilig in Christus, haar Heiland, door genade en door vergeving van zonden. Waar dit geloofsartikel weg is, daar is ook de kerk  weg, want buiten dit geloofsartikel wil de Heilige Geest niet bij ons zijn, stelt Luther nadrukkelijk. Een cri de coeur, ook vandaag.

Vanuit het gehele geloofs-verstaan van de Heilige Schrift stelt hij vervolgens dat dit geloofsartikel “nochtans gebleven is en het moet blijven, en of nu de wereld dol en dwaas daarover wordt, zo moet zij het toch laten staan. Want de kerk duurt voort tot het einde van de wereld opdat er altijd op aarde een christelijk heilig volk in leven zij, in wie Christus leeft, werkt en regeert én in welke daarom ook de Heilige Geest leeft door levend-making en heiliging.” Daarmee belijdt Luther dat uiteindelijk Christus de continuïteit (het voortbestaan) van de kerk uitwijst dan wel haar bevestigt. En niet onze geloofs- en heiligingsconceptie (opvatting).

Zelfs in tijden van toorn behoudt God zich een ‘rest’ in de kerk (vgl. Jes. 1 : 8). En zó zijn de gelovigen de ‘verborgen wegen’ (viae absconditae) en de ‘onbekende sporen’ (vestigia incognita) van God. Daarbij in aanmerking genomen dat God achter de geschiedenis staat en de Zijnen behoudt waar geen ‘uitweg’ is. Welnu zó is het voortbestaan of de continuïteit (het voortbestaan) van de kerk waarachtig een werk van goddelijke onderhouding, dan wel ‘een continue bewaring van de ondergang’. Geenszins ontspringt daarom de continuïteit van de kerk aan een immanente (inwonende) kracht van de kerkgeschiedenis. Veelzeggend tekent Luther hierbij aan dat historisch gezien het voortbestaan van de kerk altijd een paradox is en zijn zal. Nee, de continuïteit van de kerk wordt niet gefundeerd door de werkelijkheid zoals die zich aan ons voordoet. Daarmee is Luthers continuïteitsvisie in wezen een continuïteitsgeloof of beter: een geloof in de goddelijke continuïteitsbeloften! Christus zou immers met Zijn Kerk zijn tot aan het einde der dagen. Treffend zegt Luther dan: “Het gaat niet om ónze zaak, men mag zich getroost op God verlaten.”

Het béstaan van de kerk wordt niet door menselijk doen of toedoen gewaarborgd en voor de toekomst veilig gesteld, maar kan slechts door gelovig zich te verlaten op God worden vérstaan. De kerk bleef voor Luther primair geloofsobject in de vigerende historische context van zijn tijd. Waar het Woord is, daar is de Kerk! En dan denkt Luther aan de rechte prediking. Als deze wordt geloofd, komt de heiliging vanzelf

Bij Calvijn is het continuïteitsbegrip van de kerk der eeuwen in wezen navenant. Alle nadruk legt hij enerzijds op de ene heilige  algemene christelijke kerk en anderzijds op de plaatselijke kerk. Zijn denken beweegt zich continu tussen deze twee polen, die in principe en in wezen voor elkaar bepalend zijn. En hij denkt er niet aan het spanningsveld tussen beide op te heffen. Dat de kerk van Rome de toets van het continuïteitsprincipe van de Reformatie niet kon doorstaan, bleek voor haar daaruit dat als men het Woord onverkort preekte, er dan in deze kerk daarvoor geen plaats meer bleek te zijn, en men dienovereenkomstig uitgeworpen werd. Het continuïteitsprincipe van de Reformatie kristalliseerde zich uit op Luthers excommunicatie en realiseerde zich in de doorbraak van Gods gratie. Deze excommunicatie was allerminst een exit!

De kerk is Gods werk in een historische context. Ook vandaag gaat het om Gods hand in de geschiedenis. Ons volksbestaan is ontstaan vanuit en gecultiveerd door deze overtuiging vanuit de Reformatie. Reanimatie van het wegstervend historisch besef onder ons is van het hoogste belang voor de herleving van het kerkelijk besef in ons land. Wanneer wij de kerk als Gods werk op enigerlei wijze trachten te effectueren of te corrigeren buiten de directe bediening der verzoening om, dan zijn we ten diepste bezig op een doperse wijze dit werk te elimineren. Individualisme, in en buiten de kerk, leidt op den duur in historisch perspectief tot nihilisme.

Het luistert nauw als we ons levend horen aan Gods toezegging die alleen maar (sola) op een dynamische wijze zijn beslag krijgt in de huidige actuele historische situatie. En dan gaat het ook nú om Gods hand in de huidige geschiedenis van ons land. Daarbij kunnen wij Hem geen handje helpen zonder ons te vergrijpen aan het heilige.



Geen dans om het gouden kalf van de psychologie


Het boek van dr. Kees van Ekris, Dialoog, dans en duel – preken voor tijdgenoten, spreekt mij aan ten aanzien van de gedrevenheid en de vervoering. Maar daar blijft het dan ook grotendeels bij. Want deze gedrevenheid en vervoering voltrekken zich, naar mijn perceptie, grotendeels rondom het gouden kalf van de psychologie. De theologie, met name de gereformeerde, spreekt nauwelijks mee, wellicht impliciet, maar zeker niet expliciet. Daardoor dreigt het hele (nogal ingewikkelde) exposé terecht te komen in het klimaat van de psychologische revalidatie in plaats van de theologische dan wel Bijbelse recreatie (herschepping).

Betrokkenheid op God en de mensen van deze tijd impliceert inderdaad een grondige kennis van het huidige levensgevoel. Dit betekent tegelijkertijd een wezenlijk staan en gaan voor het aangezicht van God, waarbij we in de eerste plaats voortdurend en niet aflatend zélf zullen worden gerechtvaardigd als goddeloze. Dit chronisch genadebehoeftig zijn van de prediker peilt het goddeloos zijn tot in de dieptebeelden van het godloos zijn van vandaag, waarbij de maat van de goddeloosheid wordt vervuld tot in de empirisch opzicht kennelijke en kenbare afwezigheid van God.

Ook de prediker is opgenomen in de los-van-God-beweging sinds de Verlichting. Ook hij kan daar niet om heen. Integendeel, hij gaat daar dwars dóór heen. Juist hij draagt de witte plekken en de schaduwen van deze overbelichting van de Verlichting in en op zijn ziel. Maar hij is daar door heen gegaan tot op God!  Als een wonder van genade van de een-en-twintigste eeuw.

En dit laatste garandeert een hernieuwde omgang met God. De vroomheid van alle tijden krijgt opnieuw zijn beslag in een postmodern mens, te weten de voorganger. En zodoende is hij zijn gemeenteleden een slag voor. Blijkbaar is hij van het zelfde slag en kennelijk toch een volle Bijbelse slag anders! En gaandeweg betrekt hij zijn gemeente in de gang van het evangelie bij God en Jezus Christus, Die gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid dezelfde is.

Het gaat er ten diepste om dat we vandaag de NAAM Jahwe spellen met de letters van het alfabet van deze tijd waarbij het vocabulair van een voorbije tijd voor ons transparant wordt tot op heden. Ondertussen een nieuwe taal formulerend, waarin de oude taal van de voorgeslachten is opgenomen en meegenomen. Want betrokkenheid op God en mensen vraagt en geeft ook betrokkenheid op de kerk der eeuwen. Continuïteit is hier van wezenlijk belang. Maar deze continuïteit ten aanzien van de spiritualiteit vereist wel de nodige flexibiliteit in de voorhanden context van deze tijd. Een tijd waarin het auditieve (hoorbare) kennelijk in mindering wordt gebracht op het visuele (zichtbare).

Dit noopt ons als predikers een omslag te maken van het auditieve naar het visuele in die zin dat we in zekere zin weer ‘zieners’ zullen worden gelijk de profeten van weleer en Johannes op Padmos. En daarbij was hun ‘zien’ toch eigenlijk de diepste verwoording van het Woord van God. Het zien van de heerlijkheid Gods in het aangezicht van Jezus Christus  doorzag en doorziet de tijd en de mens van deze tijd. Deze weet zich doorzien en kijkt onwillekeurig mee in de richting van God.

‘Abholung’ (Helmut Thielicke) in beeldrijke taal, die de beelden van vandaag kruisen, neerhalen en weghalen om het beeld Gods in mensen van vandaag te herstellen, ziende op Jezus. Aan de verzadigde cultuurbeelden voorbij, geeft de bediening der verzoening perspectief tot op God in een onverzadigbaar verlangen om ten diepste en ten laatste verzadigd te worden met Zijn beeld.

Niet de psychologie, maar de theologie van het kruis (theologia crucis, Luther) is dan ten diepste en tenslotte bepalend voor bekering en vernieuwing in de verzoening door voldoening ook van de hedendaagse mens. Dat is dan geen kwestie van kunst(ig verdichte fabelen) maar van gunst, die eeuwig God bewoog.

Mijn sympathie voor Van Ekris berust in empathie ten aanzien van zijn beweegredenen, en die van Areopagus (de denktank om hem heen), maar graag hoorde ik meer over Gods bewogenheid met een wereld verloren in schuld in de context van de calvinistische particuliere verzoening. Dan gaat de vervoering vanuit de algemene verzoening over in de persoonlijke en zó algemene verwondering tot voor de troon van God en van het Lam. Dan is de bruidsgemeente waar ze wezen moet en mag. Dan is het immanente overstegen in het transcendente. Dan is ook de hedendaagse mens er bovenop, voor eeuwig. En daar gaat het om in de Bijbel.

                                                                                                                                                            





Kerkelijke eenheid als mogelijkheid

Het feit dat er zoveel verschillende kerkelijke denominaties zijn noemt ds. A. A. F. van de Weg een verdrietige zaak. Daarom roept de hersteld hervormde predikant in Apeldoorn op tot kerkelijke eenheid.

Hoewel ik de oproep van de mij sympathieke collega van harte onderschrijf, ben ik van mening dat deze oproep in wezen buiten onze mogelijkheden valt. Daarvoor moeten we opnieuw leren spellen dat we één heilige algemene christelijke kerk geloven.

Welnu geloven valt volgens de Nederlandse Geloofsbelijdenis niet samen met onze mogelijkheden. Want de volmaaktheid van de kerk komt van elders. Daarom ga ik uit van één Kerk van de Reformatie in een gebroken gestalte. Wat hier en daar aan heling of ‘heel wording’ is, dat is genade.

Als er in de Nederlandse Geloofsbelijdenis gesproken wordt van de éne ware kerk, dan moeten we dit zien in het licht van de strijd van de Reformatie met de Rooms Katholieke Kerk. De kerk van de hervorming was per definitie geen afscheiding van Rome, maar zij kwam in de plaats van de Roomse Kerk. Die kerk was immers in de ogen van de reformatoren een valse kerk geworden. Zo gezien was de kerk van de hervorming dus de ware kerk, wat niet betekent dat die kerk zonder zonde is.

De kerk van de hervorming ontstond en bestaat alleen door het Woord. Bovendien ben ik alleen uit genade en alleen door het geloof daarvan een levend lidmaat. De kerk is geen statisch, maar een dynamisch begrip. Zij is schepping van het Woord (door de Geest) en alleen door het geloof kunnen we haar belijden. Dat is iets anders dan zien en betekent dat we haar geloven al zien we er soms niets van. De Kerk der eeuwen is schepping van het Woord door de Geest. De kerk van de hervorming werd opnieuw geschapen door Woord en Geest.

Luther heeft die Kerk niet gemaakt, deze ontstond nadat Luther geëxcommuniceerd werd. Toen heeft Luther gezegd: Waar het Woord is daar is de Kerk. Deze was nu in de plaats gekomen van de valse kerk. Simpel gezegd: omdat het Woord (met Luther) er uitgeworpen werd, ging de Kerk mee.

Daarna is die ware Kerk (de kerk van de hervorming) opgesplitst in vele delen; die ene ware Kerk is nu in tientallen stukjes verdeeld. Een zondige en schuldige gebrokenheid? Ja! Maar wij kunnen de zaak alleen maar erger maken. Dat gebeurt zodra mensen een kerk gaan formeren. Alle maakwerk leidt tot breekwerk.

Ik geloof dat het Woord van God in de bediening van de verzoening de ware Kerk schept overal waar zij op de rechte wijze wordt bediend. Zo is er herkenning over kerkmuren heen. Daarom pleit ik voor kanselruil of beter: ‘kanselopening’. Zo kan de gebroken Kerk van binnenuit worden genezen: eerst de inhoud dan de vorm. En niet andersom.

De stelling: Waar de ware Kerk is, daar is het Woord (alleen maar te horen) is rooms. Bij Rome is het Woord ingebed in de traditie of de kerk. Bij de Reformatie is het precies anders om: Waar het Woord is, daar is de Kerk. Eigenlijk is het onthullend en ook een beetje onthutsend, want we horen dit maar zien het niet. Of zouden we ten diepste moeten vaststellen dat we het zien, maar niet horen omdat we dit niet willen horen met de ‘horigheid’ van het Woord van God? We zijn dus één door het Woord. En zo ook één uit genade en door het geloof.

Onze Nederlandse Geloofsbelijdenis belijdt daarom een geestelijke eenheid. En die wordt nooit gemaakt of gegarandeerd door de vorm, de uiterlijke eenheid. Wij strijden vandaag voor kerkelijke gemeenschap in plaats van gemeenschappelijke kerkelijkheid, zowel op het niveau van de plaatselijke gemeente als van de landelijke kerk. De nood van de secularisatie schreeuwt om een reformatie van ons kerkbegrip.

Als de ons overgelaten marges van het kerkelijke leven waarlijk gereformeerd zijn, wordt een stervende kerk een wervende kerk. Zo niet dan sterft ze voor goed uit in West–Europa en in ons land.

Herorientatie band kerk, school en gezin

De onderlinge beïnvloeding van kerk, school, gezin en maatschappij heeft uiteraard alles van doen met de geest van de tijd of de tijdgeest. Het lijkt een open deur intrappen als we zeggen dat we de geest van de tijd niet mee hebben. Anders wordt het als we moeten constateren dat we de geest van de tijd tegen hebben en in toenemende mate tegen zullen krijgen. En wel in die zin dat zich onverwachte onmogelijkheden en ook mogelijkheden zullen voordoen. Deze tijdgeest profileert zich vooral in de alsmaar voortschrijdende secularisatie, die niet alleen ten aanzien van zijn kwantiteit maar ook ten aanzien van zijn kwaliteit alsmaar meer geprononceerde vormen zal aannemen. Steeds meer zal hij het masker laten vallen van zijn zogenaamde neutraliteit, die zich tot op heden manifesteerde in een neo-liberale structuur. De huidige secularisatie zal langzamerhand steeds meer anti-goddelijke en dan ook antichristelijke trekken gaan vertonen onder druk van allerlei maatschappelijke verschijnselen, waarbij de islam, naar de mening van zeer velen, noodzakelijkerwijze een legale en een legitieme plaats binnen het geheel van ons maatschappelijk bestel zal dienen te verkrijgen. Dit proces zal niet ongeschokt verlopen en allerlei weerstanden oproepen van diverse aard en vorm en wel over en weer.

Om de lieve vrede te bewaren zal men politiek zijn toevlucht nemen, en in zekere zin ook moeten nemen, tot het zogenaamde gelijkheidsbeginsel. Deze politieke wanhoopspoging zal de tot dusver bekende verhoudingen van kerk en staat scheef gaan trekken in die zin dat het min of meer geaccepteerde christendom in ons volksleven steeds meer in een minderheidspositie zal terecht komen en uiteindelijk in de hoek zal belanden waar de klappen vallen. Klappen van financiële en morele aard, die gaandeweg harder zullen aankomen. Onder deze politieke en maatschappelijke druk zal het wij-gevoel onder ons toenemen en zelfs tot in alle facetten worden uitgebouwd en gecultiveerd. Het onderscheid en de onderscheiding tussen wij en zij zal alsmaar groter worden. Tenslotte zullen overlevingsstrategieën onder ons worden bedacht en uitgedacht, die onze reformatorische onbevangenheid onder grote spanning zullen zetten. Allerlei vormen van strategieën om maar te overleven zullen in toenemende mate doel in zichzelf worden, waarbij tenslotte ook het boemerang - effect niet zal uitblijven. Diverse explosies en implosies van allerlei aard en soort zullen het gevolg zijn. Het wij-gevoel zal verslappen onder de aanhoudende sociale en mentale druk en geherstructureerd en vervolgens ook gereorganiseerd worden om in ieder geval in geminimaliseerde vorm zo mogelijk te overleven. Van boosheid of van schrik zal ook het reformatorisch leven van kleur verschieten, waardoor ook de band tussen kerk, school en gezin in toenemende mate onder druk zal komen te staan. En deze toenemende druk zal steeds meer worden geëxpliciteerd als zijnde van financiële, morele en geestelijke aard. 

De onderlinge hechte band tussen kerk, school en gezin zal heel subtiel gaan ontbinden tot ze ook daadwerkelijk hier en daar en overal tot ontbinding overgaat. Het tot nu toe hechte bolwerk zal worden bedreigd met instortingsgevaar. Noodscenario’s zullen worden opgezet en ingezet. Maar het zal steeds meer manifest worden dat de band tussen kerk, school en gezin onmogelijk kan worden bewaard. Dit doemscenario had immers op een evidente wijze vanaf het begin alle kiemen van het bederf en het verderf in zich. Het zal evenwel te laat worden herkend en erkend. 

De huidige structurering van de onderlinge verhouding van kerk, school en gezin had in ons sociale bestel zeker kansen, maar zal straks kansloos zijn geworden, om, als God het geeft, nog eenmaal een kans te krijgen. En die kans is dan geen resultaat van kansberekening maar vrucht van een radicale bekering tot de God van het leven. Vanuit het “Keer nochtans weder”(Jer. 3 : 1) mag die hoop dan doen leven zoals de Heere het oorspronkelijk voor en met ons heeft bedoeld. Dit betekent op het gebied van de onderlinge verhoudingen dat het verzoende leven met God ook zal doorwerken met betrekking tot de naasten in gezin, kerk en school. Te vrezen valt dat deze onheilsprofetie niet zal worden geloofd, omdat we van nature nu eenmaal geloven in onszelf en in onze zelf gevormde en geformuleerde structuren. De vele kansen die we kregen, hebben we aangewend tot onderlinge stichting met een daarbij behorende heel subtiele ontwrichting, maar niet of nauwelijks tot kerstening of herkerstening van ons volksleven. We hadden vele kansen, maar het zal straks blijken dat we deze, de een na de ander, verspeeld zullen hebben. Want de secularisatie heeft onder ons op een meer dan verschrikkelijke wijze haar beslag gekregen, zonder dat we hier uiteraard zelf erg in hadden.

Wij persisteerden bij een onderlinge communicatie zonder de gratie van de levende communicatie met God en met elkaar. In de onderlinge verhoudingen is er dan als zodanig niets fout gegaan, maar het ferment van een levend geloof verdween in hoge mate en tastte deze verhoudingen aan, wat onder druk manifest zal worden. Omdat de gemeenschap der heiligen niet het ferment bleek te zijn van onze onderlinge zelf gecreëerde omgangsvormen. God was er niet meer in en dan wordt ons lot gaandeweg bezegeld. Vormendienst kreeg allerwege een rechtmatige plaats toegewezen naast en zelfs in de plaats van de dienst van de enige ware God. De kansen die we kregen om God groot te maken te midden van ons volksleven hebben we, de een na de ander, aangewend tot eigen nut en voordeel en daarmee sluipender wijze het krediet verspeeld bij ons volk in het algemeen en bij onze God in het bijzonder. Reden om het christendom in zijn huidige traditionele vorm nog kansen te geven, ziet het ‘denkend deel der natie’ straks niet meer, onder het voorwendsel dat we in principe en in feite toch niet anders blijken te zijn dan de onder ons alsmaar om zich heen grijpende Islam. Het lange tijd vigerende sociale denken zal van gestalte en gehalte veranderen in een liberaal denken van de meest venijnige soort en omvang. De tot nog toe bestaande communicatie tussen kerk, school en gezin zal absoluut kansloos worden gemaakt, omdat ze geen communicerende vaten bleken te zijn.

Onze onmogelijkheden zullen dan merkwaardiger wijze Gods mogelijkheden blijken te wezen. Maar met deze genade valt ‘avant la lettre’ niet te rekenen, laat staan dat ze te berekenen zou zijn. Ik bedoel dit: waar is vandaag de ‘genade des ouden tijds’? Onze reformatorische structurering en cultivering van de band tussen kerk, school en gezin werd gaandeweg steeds meer gedragen en geoormerkt door het rechtzinnige historische geloof. Het waarmerk van het zaligmakend geloof werd in toenemende mate additioneel en in feite van bijkomstige aard. Waar is het leven uit de verzoening met God, dat het leven van ons voorgeslacht kenmerkte? Alleen deze binding in de bevinding is het gebinte van de gereformeerde gezindte. Anders gevraagd, waar is de gemeenschap der heiligen vanuit de verzoening van ons leven in het bloed van Christus? En deze vraag dient niet alleen als retorisch of theoretisch te worden aangemerkt. Alle verbinding buiten deze unieke verbondenheid zal uiteindelijk gebondenheid blijken te zijn. Het gaat om binding in bevinding als het gebinte van de gereformeerde gezindte. En alle religieus sociale verbondenheid zal uiteindelijk onder de toenemende druk van buiten af en van binnen uit tot ontbinding overgaan omdat ze een gebondenheid bleek te zijn die gekenmerkt werd door dezelfde tijdgeest als waartegen zij zich keerde en weerde. Ontgoocheld en ontredderd zullen we ons mogen wenden tot God, Die een Helper wil zijn in de nood en dit ook metterdaad daar en dan is. Vormen en verhoudingen zullen een radicale omkeer en bekering ondergaan, waardoor er een fundamentele herstructurering van de band tussen kerk, school en gezin zal ontstaan, van waaruit we opnieuw kansen zullen krijgen om manifest te maken onder ons volk waar het nu eigenlijk om gaat. Dit keerpunt in de geschiedenis van een en ander zal van cruciaal belang blijken te zijn. Los van overheidssteun, miskend door de massa, sociaal niet in tel, weinig in getal, en gebracht op de zeef van satan, zal er van waarachtige bekering sprake zijn. Zo niet, dan zal er daarna geen bekering van de verhouding kerk, school en gezin meer mogelijk zijn. Of het zou moeten zijn dat we ons intijds bekeren voordat voorspelde desastreuze vormen algeheel hun beslag gaan krijgen. En zou er voor de Heere iets te wonderlijk zijn? Alleen in de verzoening met God in het bloed van het Nieuwe Testament krijgen we zicht op de erve der vaderen, die goed en bloed over hadden voor kerk, school en gezin, wat meer opkwam en gedragen werd door een levend geloof dan helaas vandaag het geval blijkt te zijn. En vanuit deze heroriëntatie is er toekomst, waarbij deze toekomst zal worden ingevuld vanuit de toekomst van de Zoon des Mensen. En dan weet Hij wegen en gestalten om ons te hergroeperen rondom het Lam staande als geslacht. Nodig is een radicale heroriëntatie vanuit een algehele reformatie. En daar was het immers toch oorspronkelijk om te doen, om een gereformeerde kerk, een gereformeerde school en een gereformeerd gezin? Daarbij was het gereformeerde gezin het gereformeerde kerkje in de kerk, waarbij onze kinderen onderwezen werden op een gereformeerde wijze vanuit een vitale band tussen kerk en gezin. Alleen zó heeft de reformatorische school toekomst in de toekomst.

Grensverleggend in de kerk

In een groot deel van de reformatorische kerken in ons land wordt het Woord mogelijk te veel losgemaakt van de Geest. Het grote gevaar bestaat dan dat men de beloften van God verstandelijk aanneemt zonder het werk van de Geest. Het Woord wordt dan losgemaakt van de Geest. Het gevolg is een geesteloos activisme. En daarvoor kan men niet minder beducht zijn dan voor lijdelijkheid!

Een hol (klinkend) en leeg gemeenteleven is het gevolg. Wellicht komt dit op grote schaal voor. Het Arminianisme maakt zich op grote schaal breed, zowel naar links als naar rechts. Broodnodig is de integrale theologie en prediking van de Reformatie, dan wel het Woord van God Zelf in de kracht van de Heilige Geest. Niet voorspelbaar. God zij ons genadig in een hernieuwde bediening van de verzoening, die geen plaats laat aan lijdelijkheid noch aan activisme.

Deze waarlijk bevindelijke prediking komt van Hogerhand. Als een verrassing van Godswege in het “Alzo spreekt de HEERE…”. Onvoorspelbaar! Zó wordt de genade gespeld in onze harten. Wij mogen bezorgd zijn over het gruis van Sion, en dit ook uitspreken, maar laten we van nu voortaan onze mond pas open doen als we gezwegen hebben voor God.

Een halve waarheid heeft er soms alle schijn van dat men in vele gemeenten door een naar alle kanten uitgewerkte organisatie van het gemeenteleven onbewust probeert te verbergen dat er eigenlijk helemaal geen leven is. De prediking is dan vaak navenant. We moeten vooral weer van alles gaan doen. De prediking van bekering en vergeving van zonden zou maar een halve waarheid zijn. Blijkbaar wordt de rechtvaardiging van de goddeloze bedoeld, maar er is ook nog de heiliging!

Deze nevenschikking, die in de breedte van onze gemeenten gehuldigd wordt, is het bewijs van een wezenlijk misverstaan van een en ander. Men is met God verzoend en nu de heiliging! Maar wie met het eerste klaar is, heeft het wezenlijk nooit verstaan. De heiliging daarentegen is integraal verweven met de rechtvaardiging in het wonder van zalig worden. Daarbuiten houdt ze de 'schijn' op.

Wie steeds nieuwe dingen ontdekt ten aanzien van de heiliging, 'hoort' deze uit de mond van de steeds opnieuw metterdaad rechtvaardigende en vrijsprekende God. En anders houdt men zich bezig met een kleurige zeepbel, die binnen de kortste keren uit elkaar spat. Men bedriegt zich zo graag voor een tijdje. De zogenaamde heiliging, het 'speeltje' van de tijdgelovige.

Men schijnt er zich zelfs niet meer van bewust te zijn dat dit alles niet meer strookt met de wezenlijke boodschap van de Reformatie waaruit de werken of onze daden organisch opkomen vanuit een levend geloof. Het lijkt allemaal heel wat, maar als het er echt op aan komt dan is het hoogst waarschijnlijk allemaal helemaal niks. Althans gemeten aan de Reformatie in de traditie van de Kerk der eeuwen. Men beseft niet meer dat een en ander vaak op arminiaanse leest is geschoeid. Men kent de geschiedenis van de kerk niet meer. En wat niet weet wat niet deert. Laat staan dat God daarin wordt geëerd. Dan is het bevindelijke leven uit en met God weg.

Klimatologische veranderingen in theologie en prediking

Langzaam aan droogt de eeuwige sneeuw in het hooggebergte op. Meer dan de helft van de gletchers in het hooggebergte is verdwenen. “De Godsrivier doet G’ overvloeien …’ jawel, maar het zicht op de heilsfeiten verdwijnt, indien het er al ooit geweest is …Klimatologische veranderingen in de theologie ‘van gereformeerd naar verkeerd’ zouden hier debet aan kunnen zijn. Laten we duidelijk zijn. De bediening van de verzoening laat mogelijk naar alle kanten te wensen over. Ze komt zogenaamd dichter bij mensen, maar raakt verder verwijderd van God. Transcendentieverlies heet dit. Met andere woorden ‘hoogten en diepten’ loven God niet meer.

Laagwaterpeil doet schepen stremmen. De vaart is er uit. En het scheepje onder Jezus’ hoede moet de kruisvlag, hoog in top, strijken, want de vlag dekte de lading niet. Een rechtvaardiging hiervoor valt niet te bedenken – alleen maar te verzinnen – want de rechtvaardiging van de goddeloze kreeg nooit haar beslag. Alleen door het Woord, alleen door genade en alleen door het geloof. Dit bleef en bleek ten diepste en tenslotte ongehoord. Vanwege een tragisch verloop van het water des levens om niet. Verzoening door voldoening. Grote woorden. En ze staan goed. Zo staan we er goed voor. Maar waar staan ze eigenlijk voor? Verbondstheologie en wedergeboortetheologie zijn hier in ieder geval elkaars spiegelbeeld. In beide theologische concepties worden geloof en gevoel uit elkaar gehaald. Want ten deze is er nu eenmaal en andermaal geen gevoel zonder geloof en geen geloof zonder gevoel. Het rationalisme zorgt hier voor een ongekende hittegolf. Die alle leven verschroeit. Kerkelijke beschouwingen als onwerkelijke lavastromen verschroeien en verstenen ondertussen de kerkelijke aarde en daarmee de aarde zelf. Aards en uit de aarde aards!

Gevoel of geloof. Geloof en gevoel. Gevoel en geloof. Wat is het nu eigenlijk? We kiezen kerk-breed voor het laatste. En laten ons vaak meenemen door het algemeen gevoelen in deze. Laten we duidelijk zijn. Er is geen geloof zonder gevoel! Punt uit. Gevoel in meerdere of mindere mate, ja, maar dat is wat anders. Men denkt dan Kohlbrugge na te spreken, maar komt niet verder dan na-apen. Dodelijk gevaarlijk. Als een uitslaande brand, die alles verteert en verschroeit. Maar men ziet het niet, omdat men niet hoort wat tot onze vrede dient. Laten we niet meedoen met die bekende loopjes, want de schijn gaat met ons op de loop. Want ‘zijn’ en ‘schijn’ zijn zo ver van elkaar verwijderd als het westen verwijderd is van het oosten. En dan gaat het om ‘schijnverzoening’ met God.

Want het artikel waarmee de kerk staat of valt (Luther) is de rechtvaardiging van de goddeloze. Daarvan gaat men rillen in de verbondstheologie en deze staat te trillen op de wedergeboortetheologie. Bij de een gaat het om geloof zonder gevoel en bij de ander om gevoel zonder geloof. Zo horen we er toch wel bij, vinden we zelf. Ps. 22 : 7 (ber.) “O dood’lijk uur, Wat hitte doet mij branden! Mijn hart is week, en smelt in d' ingewanden, Als was voor ’t vuur”. Dat hoeft niet meer bij de verbondstheologie, want dat hebben we gehad op Golgotha. En dat hoeft nog niet direct bij de wedergeboortetheologie, want dat komt misschien nog wel een keer in het hart. Je kunt er ondertussen toch wel bij horen. Maar zie dan hoe gij hoort! Psalm 85 : 7 “Zult Gij ons niet weder levend maken, opdat uw volk zich in U verblijde”? Maar als je levend gemaakt bent, is dit eigenlijk niet meer nodig. We horen er toch al bij. Maar zie dan hoe gij hoort.

Ondertussen hoor je zo nu en dan, en her en der: “Ik hef mijn handen naar den hogen; Mijn ziel is voor Uw alziend’ ogen, Gelijk een dor, en dorstig land, Dat sedert lang ligt uit te drogen, Verkwijnend in dien doodsen stand”(Ps. 143 : 6). Hier is een Bijbels hitteplan nodig. Want witter dan sneeuw, ja witter dan sneeuw zal ik zijn … “Komt dan, en laat ons samen rechten, zegt de HEERE; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw … (Jesaja 1 : 18)” Maar dat gaat op het scherp van de snede vanwege het tweesnijdende zwaard van het Woord van God. Daar hebben we persoonlijk echter nooit van gehoord, omdat dan de dood door het leven gaat en het leven door de dood. We houden het maar liever bij wat we hebben. Want wat je hebt, kun je tellen, zowel in de verbondstheologie als in de wedergeboortetheologie.

“Wat hitte doet mijn branden”! krijgt een vreselijk perspectief, als het kerkelijke hitteplan Save Our Souls 2022 niet in praktijk wordt gebracht. De praktijk der godzaligheid wel te verstaan. Want wederom geboren tot een levende hoop door de opstanding van Jezus Christus uit de doden (1 Petr. 1 : 3), bewaart God Zijn trouw van geslacht tot geslacht. Hier vloeien verbondstheologie en wedergeboortetheologie ineen in stromen van zegen. Ze komen dan als plasregens neer.

Gereformeerde of gedeformeerde theologie

In de prediking wordt vandaag vaak opgeroepen om te zien op het Lam van God en niet ‘op uw bevinding’ – als die er dan maar is, denk ik dan – en niet ‘op uw gevoelens’ – als die er dan maar zijn, denk ik dan. Ik vrees dat de prediker dan zijn eigen gebrek aan bevinding en gevoelens op een schoon schijnende ‘reformatorische’ wijze wil verbergen of toedekken. En ik vraag me af of hij dan het wezen van de theologie van de Reformatie wel heeft begrepen. Mijn vraag tendeert hier naar een antwoord. Want een huwelijk zonder gevoelens is immers een verstandshuwelijk. En het gaat hier om een relatie van de bruidsgemeente tot de Bruidegom Jezus Christus. Op een bedekte wijze wordt er dan een verstandelijk geloof gekweekt, waar God niet van weet en dat geen mens zalig maakt.

Nadrukkelijk gaat het in de Dordtse Leerregels om het genadekarakter van het geloof om daarmee het ‘sola fide’ (alleen door het geloof) af te schermen tegen de remonstrantse opvatting van dit geloof. Het huidige remonstrantisme manifesteert zich opnieuw, op allerlei manieren, als uiting van vijandschap tegen het bevindelijke leven. Dit manifesteert zich vooral in de praktische vereenzelviging van verkiezing en verbond. Bij Calvijn zit er spanning tussen verkiezing en verbond, maar vandaag wordt deze spanning vaak opgeheven om de gemeente vooral gelovig te kunnen maken. Een angstwekkende veralgemenisering voltrekt zich, zonder dat men er erg in heeft, of dit erg vindt.

Wellicht dat een scheutje gezond individualisme vandaag opnieuw doet ontdekken dat de verborgen omgang met God wezenlijk behoort tot een persoonlijk en dan pas gemeenschappelijk geestelijk leven. Vaak worden wedergeboorte en geloof tegenover elkaar uitgespeeld. Nee, de wedergeboorte zou niet vooraf gaan aan het geloof, maar het geloof gaat vooraf aan de wedergeboorte. Dat zou goed reformatorisch zijn. Maar moeten wij dat geloof dan zelf produceren aan de hand van het verbond wellicht? Men vergeet dat men niet alleen rechts uit de boot kan vallen, maar ook links. En men vergeet vooral – indien men dit al weet – dat bij Calvijn geloof en wedergeboorte functioneren als spaken van een wiel, waarbij beide tegelijk in beweging komen als het wiel gaat draaien. Wat een ontstellende veralgemenisering in het aldus kweken van een tijdgeloof. Waar is de theologie van Ds. G. Boer, die de rechtvaardiging van de goddeloze centraal stelde? Als men dit nog hanteert wordt het veralgemeniseerd, op de manier van ‘we zijn toch allemaal eigenlijk goddeloos? Nou dan is dit mooi meegenomen als je dat gelooft’. Maar van de beleving of de doorleving daarvan wil men niets of bijna niets weten. Dit is Barthiaans of semie-Barthiaans. Maar dit mag niet gezegd worden. Ondertussen gaat het hier wel om het artikel waarmee de kerk staat of valt, volgens Luther. En waar is de theologie van Ds. W. L. Tukker, die ook nadrukkelijk oog had voor de wedergeboorte en het bevindelijke leven met God?! Wordt de gereformeerde theologie gaandeweg gedeformeerd? Deze vraag tendeert in de richting van een antwoord.

Daarnaast wordt de gemeentebeschouwing steeds nadrukkelijker verhuld Barthiaans of Neo-Kuyperiaans geprofileerd met een beroep op de adressering en omschrijving van de diverse gemeenten in het Nieuwe Testament. Alsof deze één op één naar vandaag kunnen worden getransponeerd! Alsof deze niet al of niet te voorschijn komen vanuit de bediening van de verzoening! Het geloofsbegrip van de Reformatie moet, volgens nieuwe inzichten, van meet af aan worden verbonden met het element van de gehoorzaamheid. Dat heeft de Reformatie natuurlijk wel impliciet zo bedoelt, om dit dan later expliciet aan de orde te stellen (bijv. in de Heid. Cat.), maar het moet dan eigenlijk direct expliciet in geloofsonderricht en prediking aan de orde worden gesteld. Met de doorleving van de genade weet men geen raad meer. Daarom moet het geloofsbegrip al direct worden verbonden met gehoorzaamheid. Dan stelt geloven in ieder geval iets voor. En dan kan men er zich ook iets bij voorstellen. Vervolgens neemt men alle vrijheid om te fulmineren tegen gevoelens (omdat men deze zelf wellicht niet heeft of kent) en zogenaamde valse mystiek (vaak omdat men zelf het heilgeheim niet kent). Het adagium van Luther ‘alleen de gelovige gehoorzaamt’ moet nu noodzakelijk worden aangevuld met ‘alleen de gehoorzame gelooft’. Als destijds de slang in het paradijs schuifelt de wet weer vóór het evangelie. En in feite worden de gemeenten weer teruggebracht tot de dienstbaarheid aan de wet. Daarmee zijn we weer terug bij af. En wie heeft er erg in? Dit alles wordt gedebiteerd met de woorden: ‘zou het toch niet beter zijn geweest als de Reformatie die gehoorzaamheid vanaf het begin benadrukt had?’ De vraag is hier een antwoord. En doet me denken aan de vraag van de satan in den beginne ‘is het niet dat God gezegd heeft’? Dit alles wordt gepresenteerd als gereformeerde theologie. Maar in werkelijkheid gaat het om gedeformeerde theologie!

Peter R. de Vries of Charles H. Spurgeon

24 juli 2021

Peter R. de Vries werd op 6 juli 2021 neergeschoten in de Lange Leidsedwarsstraat in Amsterdam, na een uitzending van RTL Boulevard. Hij overleed op 15 juli in het ziekenhuis aan zijn verwondingen. De bekende misdaadverslaggever Peter R. de Vries is ruim een week na de aanslag van vorige week dinsdag overleden. Dat heeft zijn familie bekendgemaakt in een verklaring die RTL Nieuws heeft gepubliceerd. Hij is in het bijzijn van zijn familieleden gestorven. De Vries was 64 jaar. "Peter heeft geknokt tot het einde, maar heeft de strijd niet kunnen winnen", schrijven zijn nabestaanden in een verklaring. "We zijn onnoemelijk trots op hem en tegelijkertijd ontroostbaar."

In het centrum van Amsterdam stond een lange rij mensen voor theater Carré om afscheid te nemen van Peter R. de Vries. Vanwege de felle zon deelde de gemeente water uit aan het wachtende publiek. De wachttijd bedroeg volgens de politie op enig moment drie uur. Rond 15.00 uur was de wachttijd afgenomen tot iets minder dan een uur. De deuren van het theater gingen rond 10.45 uur open en sloten om 20.00 uur. Binnen stond de kist met het lichaam van de vermoorde misdaadverslaggever, omgeven door een zee bloemen van naasten.

"Het is hartverscheurend"

Een man was er rond 07.00 uur al, als een van de eersten. "Ik wilde met die warmte niet te lang in de rij staan", zegt hij. Hij noemt De Vries een held. "Ik vind het heel erg, het doet me heel erg zeer", zegt een mevrouw verderop in de rij. "Het is hartverscheurend, ik krijg er kippenvel van." Belangstellenden konden komende woensdag afscheid nemen van Peter R. de Vries. Van 11.00 uur 's ochtends tot 20.00 uur 's avonds is in theater Carré in Amsterdam de gelegenheid om langs de baar te lopen en een korte groet te brengen, meldt RTL Boulevard. Meer dan 7.000 mensen namen afscheid.

Een dag later is er in besloten kring het afscheid voor familie en dierbaren van de vermoorde misdaadverslaggever en vertrouwenspersoon van kroongetuige Nabil B. Volgens RTL wilde de familie heel graag dat "iedereen voor wie Peter iets heeft betekend" een laatste groet kon brengen. Daarom is het afscheid verdeeld over twee dagen. Er werd een grote drukte verwacht, schreef RTL Boulevard. Aanwezigen werden verzocht heel uitdrukkelijk rekening te houden met de coronamaatregelen. Als het te druk wordt, zal de gemeente Amsterdam dat communiceren via sociale media. De familie van De Vries deed een oproep om geen bloemen mee te nemen, maar in plaats daarvan een donatie te doen aan Stichting De Gouden Tip, die de journalist kort voor de moordaanslag had opgericht.

De gloed van een religieuze verering ligt over dit hele gebeuren. Een vorm van afgodendienst met betrekking tot een man die niet in God geloofde. Men sprak van een dienst voorafgaande aan de crematie. Dit woord ‘dienst’ is regelrecht afkomstig (gestolen) uit de kerkelijke wereld. Duizenden uit alle lagen van de bevolking rouwden over hem. Hoe ver is de secularisatie in ons land voortgeschreden! Vandaag zou dit rouwbeklag mogelijk in een bepaalde en beperkte christelijke kring nog kunnen plaatsvinden, maar zeker niet nationaal. Vergelijk dit eens met het verscheiden van Charles Haddon Spurgeon ruim anderhalve eeuw geleden.

Peter R. de Vries versloeg zijn duizenden, maar Spurgeon zijn tienduizenden

Op zondagavond 31 januari 1892, even voor middernacht, stierf Charles Haddon Spurgeon. Susannah zond een telegram naar haar zoon Thomas, predikant in Australië: “Vader in hemel, Moeder berust”.

Op de deur van het hotel The Beau Revage, waar Spurgeon zo vaak gelogeerd had, werd de volgende mededeling gehecht: “Mr. Spurgeon ontsliep in Jezus om 11.05 uur”.

Zijn oude tegenstander Dr. Joseph Parker van de City Temple in Londen schreef in The Times van 3 februari 1892: “De enige kanselnaam van de negentiende eeuw, die in herinnering zal blijven, is niet langer de naam van een levend mens”.

Direct na het verscheiden van Charles Haddon Spurgeon kreeg de Metropolitan Tabernacle van Spurgeon’s secretaris Joseph Harrald het volgende telegram: “Mentone 11.50 – Spurgeon’s Tab. London - Our beloved Pastor entered heaven (Onze geliefde Pastor ging de hemel binnen)11.05 Sunday night - Harrald”. De daarop volgende zondag was het gehele front van de Metropolitan Tabernacle gedrapeerd met een zwarte doek. Het nieuws flitste de hele wereld over. Ieder werelddeel ontving de boodschap dat Spurgeon was heengegaan. Spoedig daarna werd het postkantoor in Menton geheel geblokkeerd door honderden condoleantietelegrammen. Onder deze telegrammen was er een van de Prins en Prinses van Wales. Toen mevrouw Spurgeon in Engeland was teruggekeerd, informeerde de Prinses van Wales, die naar Menton was gegaan, naar haar welstand. Daarbij zei ze dat haar geliefde zoon, de Hertog van Clarence te Sandringham, terwijl ze aan zijn sterfbed zat, vaak over Spurgeon gesproken had.

Nadat er een herdenkingsdienst was gehouden in de Presbyteriaanse Kerk in Menton, werd het gebalsemde lichaam van Spurgeon in een olijfkleurige kist naar Engeland overgebracht. Aan hoofd- en voeteneinde van de kist waren metalen plaatjes aangebracht met de volgende inscriptie: “In ever-loving memory of Charles Haddon Spurgeon at Kelvedon, June 19, 1834; Fell asleep in Jesus at Mentone, January 31, 1892. ‘I have fought a good fight, I have finished my course, I have kept the faith’( In altijd liefdevolle herinnering aan Charles Haddon Spurgeon te Kelvedon, 19 juni 1834; Ontslapen in Jezus te Menton, 31 januari 1892. ‘Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb de loop beëindigd, ik heb het geloof behouden’)”.

Op zondagmorgen 7 februari werd er ondertussen een herdenkingsdienst gehouden in de Metropolitan Tabernacle. Daarin stelde dr. A. T. Pierson: “Van alle kanten is men het er over eens, dat de eeuw waarin wij leven niemand anders heeft gezien, die als evangelieprediker de gelijke was van Charles Haddon Spurgeon. Ik ben er diep van overtuigd dat we nooit meer iemand zullen zien zoals hij”.

De andere dag, op maandagmorgen 8 februari, arriveerde het lichaam van Spurgeon om 11.00 uur in Londen op het Victoria-station. Meer dan duizend mensen waren op het station aanwezig. Studenten van het Pastors’ College droegen de kist de trein uit naar het Pastors’ College. Daar stond de olijfkleurige kist met het lichaam van de Pastor opgebaard tot de avond. Toen droegen diezelfde studenten de kist de Metropolitan Tabernacle binnen. Daar werd Spurgeon opgebaard voor het platform. De kist was van beide kanten overdekt met palmtakken, die door Susannah Spurgeon uit Zuid-Frankrijk waren gezonden. Op de lijkkist lag de Bijbel opengeslagen bij Jesaja 14 : 22, de tekst waardoor de jonge Charles meer dan veertig jaar geleden tot bekering was gekomen.

Op dinsdag 9 februari stonden de deuren van de Tabernacle open van ’s morgens 7.00 uur tot ’s avonds 7.00 uur. Meer dan 60.000 mensen kregen zo de gelegenheid afscheid te nemen van de Prins der Predikers. Naar het getuigenis in die dagen: “de grootste geestelijke kracht van zijn generatie in Londen en misschien wel in de hele wereld”.

Er werden herdenkingsdiensten gehouden op woensdag 10 februari, zowel ’s middags als ’s avonds. Daarin voerden sprekers uit allerlei kerkelijke denominaties het woord. Onder hen waren Canon (kanunnik of domheer) Fleming van de Kerk van Engeland; Dr. Monro Gibson, moderator (preses) van de Engelse Presbyteriaanse Synode; Dr. Herbert Evans, chairman (voorzitter) van de Unie van Congregationalisten; Dr. T. B. Stephenson, president (preses) van de Weslyaanse Conferentie en Dr. A. T. Pierson uit Amerika.

Op woensdagavond begon de dienst om 7.00 uur, die speciaal bedoeld was voor christelijke werkers van alle denominaties. Diezelfde avond om 10.00 uur begon de dienst die georganiseerd was voor het grote publiek. Het gebouw was toen geheel gevuld. Meer dan 20.000 mensen hadden de diensten bijgewoond.

Alle lagen van de bevolking van Groot-Brittannië legden door hun gemeenschappelijk rouwbeklag getuigenis af van het nationale karakter van het verlies dat zij unaniem betreurden. Van de koninklijke familie tot het arbeidersgezin. Engeland rouwde om een van haar grootste zonen!

Op donderdag 11 februari vond de begrafenis plaats. Deze werd ’s morgens om 11.00 uur voorafgegaan door een rouwdienst in de Metropolitan Tabernacle. Dr. A. T. Pierson zei toen: “Het posthume werk van Charles Haddon Spurgeon kan vandaag door niemand op zijn juiste waarde worden geschat”.

Volgens de pers zouden meer dan honderdduizend mensen de begrafenisplechtigheid hebben bijgewoond. En in praktisch geheel Londen zou het werk zijn neergelegd uit respect voor de dode.

De begrafenisplechtigheid op Norwood Cemetary vindt plaats onder overweldigende belangstelling. De begrafenisstoet, vooraf gegaan door de bereden politie, bestaat uit 41 rijtuigen getrokken door paarden, is twee mijlen lang en meer dan 100.000 mensen staan langs de route over een lengte van vijf mijlen van de Tabernacle naar de begraafplaats in Upper Norwood.

Net als bij een militaire begrafenisplechtigheid volgt het lege rijtuig van Spurgeon de lijkwagen met zijn lichaam. Maar in plaats van een zwaard ligt er een Bijbel op de lijkkist. Deze Bijbel ligt opengeslagen bij Jesaja 45 : 22 “Wendt u naar Mij toe, wordt behouden, alle gij einden der aarde! Want Ik ben God, en niemand meer”. De tekst waarmee Charles Spurgeon zelf als zestienjarige jongeman was geroepen om op Jezus te zien en met welke boodschap hij een ontelbare schare had geroepen tot het behoud in zijn Heiland. Aan beide zijden van de open lijkwagen staat te lezen: “Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb de loop beëindigd, ik heb het geloof behouden”. Achthonderd man van de geüniformeerde politie staat opgesteld langs de gehele route van de Tabernacle naar Norwood Cemetery.

Langs de gehele route hangen de vlaggen halfstok, gebouwen zijn gedrapeerd met zwart laken, winkels zijn gesloten en zelfs kroegen en herbergen sluiten hun deuren en plaatsen zwarte luiken voor hun ramen. Alle klokken van kerken langs de route luiden. Langs de weg waarlangs de stoet zich beweegt, staan honderdduizenden toeschouwers. Als de stoet voorbijkomt, ontbloten zij het hoofd. Vrouwen huilen en snikken. Sommigen vergelijken de massa’s langs straten en wegen met de opening van het parlementaire jaar door Hare Majesteit koningin Victoria. Honderden politieagenten zijn nodig om de zich verdringende menigte in goede banen te leiden. Als de stoet het met zwart laken gedrapeerde Stockwell Orphanage - Spurgeon’s weeshuis – passeert, zingen de in het zwart geklede weeskinderen een afscheidslied voor hun overleden weldoener en vriend. Maar tranen en snikken belemmeren het zingen. Langzaam draait de lijkwagen met het lichaam van Charles Haddon Spurgeon onder de poort van Norwood Cemetery door naar zijn laatste rustplaats.

De naaste familieleden verzamelen zich rondom het graf. Ruim duizend rouwende gemeenteleden en vrienden groeperen zich daaromheen binnen een afgezet gedeelte van de begraafplaats. Daarachter staan nog eens duizend belangstellenden.

De Canon van St. Paul’s Cathedral in Londen sprak bij het graf: “Ons land heeft zijn grootste levende prediker verloren”.

De predikant A. G. Brown spreekt als leerling en vriend van de overledene een grafrede uit. Emotioneel en met veel stiltes zei hij: “Geliefde President, trouwe Pastor, Prins der Predikers, geliefde broeder, lieve Spurgeon – we zeggen geen ‘vaarwel’ tegen u, maar alleen voor een poosje ‘welterusten’. U zult spoedig opstaan bij het aanbreken van de opstandingsdag van de verlosten. Toch is het niet aan ons om ‘welterusten’ te zeggen, maar aan u. Wij zijn het die vertoeven in de duisternis; u bent in het licht van God zelf. Ook onze nacht zal spoedig voorbij zijn met al ons geween. Dan zullen onze zangen, samen met die van u, de morgen begroeten van een dag die geen wolk of einde kent, want aldaar zal geen nacht zijn. Harde werker in het veld, uw zwoegen is geëindigd. Recht is de voor die u geploegd hebt. Geen terug kijken heeft uw loop gehinderd. Oogsten zijn gevolgd op uw geduldig zaaien en de hemel is reeds verrijkt met uw ingezamelde schoven, en zal verrijkt blijven worden door de jaren heen die nog in de eeuwigheid verborgen liggen. Kampioen van God, uw strijd, die u lang en nobel hebt gestreden, is voorbij. Het zwaard, dat aan uw hand kleefde, is tenslotte gevallen; de palmtak neemt zijn plaats over. Niet langer drukt de helm op uw voorhoofd, vaak vermoeid door rondtollende gedachten over de strijd; de krans van de overwinnaar uit handen van de Opperbevelhebber heeft reeds bewezen dat u uw volle loon gekregen hebt. Hier zal uw kostbaar stof voor een klein poosje rusten. Dan zal uw welbeminde komen en bij het horen van zijn stem zult u opspringen van uw aarden legerstede, gelijkvormig gemaakt aan zijn verheerlijkt lichaam. De geest, de ziel en het lichaam zullen de verlossing door uw Heere grootmaken. Slaap tot dan, geliefde! Wij prijzen God voor u; en door het bloed van het eeuwig verbond hopen en verwachten wij God eenmaal met u te prijzen. Amen!”

Terwijl mr. Brown sprak, verscheen er een stukje blauwe lucht in het zware wolkendek en een duif vloog vanuit de richting van de Tabernacle naar het graf en bleef daar een tijdje rond zweven. Een laatste groet!

‘Gelijk een duif, door ’t zilverwit,

En ’t goud, dat op haar veedr’ren zit,

Bij ’t licht der zonnestralen

Ver boven and’re voog’len pronkt,

Zult gij, door ’t Goddelijk oog belonkt.

Weer met uw schoonheid pralen’.

De Anglicaanse bisschop van Rochester besloot de plechtigheid met het uitspreken van de zegen.

DE WATERSNOOD OP 1 FEBRUARI 1953

gepubliceerd in de Gezinsgids, 8 juli 2021

themanummer 'Zee en aarde'

Lieve kinderen en kleinkinderen,

Vandaag wil ik je wat vertellen over de watersnood op 1 februari in 1953. Ik was toen 10 jaar, dus bijna net zo oud als jullie nu zijn en ik had nog drie broertjes van 8 jaar (oom Ton), van 6 jaar (oom Rien) en een klein broertje van 2 jaar (oom Dik). Mijn vader en moeder waren de oude opa en de oude oma die jij nog wel gekend hebt. Maar toen waren ze nog lang niet zo oud. Misschien ietsje ouder dan je vader en moeder nu zijn. Wij woonden in Oude Tonge op het eiland Flakkee, dat midden in het water ligt. De dijken om het hele eiland heen hielden het water tegen. Maar als het erg stormde, dan werd het wel heel gevaarlijk. Dan kon het water van de zee over de dijken heen komen of het kon ook gebeuren dat de dijken het water niet meer tegen konden houden en door de dijken heen brak. Nu was dit toen al heel lang geleden en daarom rekende eigenlijk niemand meer met dit gevaar. De dijken waren toch sterk genoeg en zij zouden het water van de zee wel tegenhouden. En toen het dan ook op zaterdagavond 31 januari 1953 heel hard waaide, net zo hard als bij jullie gisteravond, toen gingen we lekker slapen, want er kon toch niks gebeuren. Het stormde die nacht vreselijk hard! Maar dan slaap je toch alleen maar heel lekker, als je gezellig onder de dekens kunt weg kruipen?! Totdat ’s morgens vroeg om 5.00 uur, toen het nog heel donker was, de torenklok ging luiden. De brandweer kwam met loeiende sirene door de straten rijden en er werd op onze ramen gebonsd. Kom er uit – riepen de mensen – het water komt!!! Wij allemaal uit bed, dat begrijp je wel, en toen we de voordeur open deden, zagen we het schuimende zeewater al over de straat komen. Mijn vader (oude opa, weet je wel), ging eerst naar zijn broer, die vlak naast ons woonde, om de koeien en paarden uit de boerderij in de stal los te maken van de touwen en naar de dijk te brengen, want daar zouden ze gered zijn. Ondertussen hielp ik mijn moeder om zo veel mogelijk spullen op zolder te brengen. Het laatste wat ik boven bracht, was de Bijbel. Toen mijn vader terugkwam en de deur open deed, kwam er gelijk een hele grote golf water naar binnen. Wij zo gauw mogelijk allemaal naar de zolder, want daar zaten we droog. Maar we wisten toen niet hoe hoog het water zou komen. En we hadden geen dakraam of dakkapel, zoals bij jullie. Als het water op zolder zou komen dan zouden we moeten verdrinken. Ondertussen raasde de storm met orkaankracht, het werd zelfs windkracht 11 en heel even 12. Nu weet je dat er eb en vloed is, en bij vloed staat het water het hoogst tegen de zeedijk. Maar soms is er een springvloed en dan staat het water extra hoog. Dat was precies het geval in die nacht van zaterdag op zondag 1 februari 1953. Er was toen net springvloed. Bovendien stond er een noordwester storm, die de springvloed extra hoog opstuwde tegen de dijken. En die dijken zijn toen ook op het eiland Flakkee, maar ook in heel Zeeland, doorgebroken. Ook de Maas in Rotterdam stroomde over.

En wij zaten op zolder in het donker bij kleine brandende kaarsjes. Ondertussen hoorde ik buiten mensen hard schreeuwen door het geweld van de storm heen. En ik vroeg aan mijn vader wat dit betekende. En mijn vader zei: die mensen zijn bang. Maar wij wisten toen nog niet dat er op dat moment 300 mensen verdronken in straten heel dicht bij ons. Ondertussen kwam er rook uit het trapgat naar boven en we stikten bijna in de rook. Wij hadden toen nog een kachel die op kolen werd gestookt, en die brandde nog toen wij naar boven gingen. En wij dachten dat de rook ontstond omdat de brandende kachel door het water uitging. Nou moet je je eens voorstellen: de orkaan raasde, het huis stond te schudden, er kwam zware rook naar boven en het water kwam steeds hoger. Tenslotte waren alleen de drie bovenste treden van de trap nog droog. En mijn vader ging toen met ons bidden. Er stond een ledikant op zolder, en daarvoor knielden mijn vader en moeder en de oudste kinderen. En mijn vader bad hardop tot God om hulp, want we dachten echt dat we zouden gaan verdrinken. Na tien minuten zei ik tegen mijn vader: wilt u nog eens bidden! En mijn vader zei toen: nee, dat hoeft niet, want ik heb gebeden! Kijk, dat is nu echt geloof en echt vertrouwen op God.

Maar ik was wel heel bang, en ik ging naar mijn eigen slaapkamertje en ging alleen bidden en ik zei tegen God: als ik niet behoef te verdrinken, dan zal ik U heel mijn leven dienen. Die belofte heb ik niet onthouden want ik wilde piloot worden of zo, maar de Heere is dit niet vergeten en Hij heeft er voor gezorgd dat ik die belofte mocht houden. Maar ik zal nu eerst het verhaal verder vertellen. Het werd ’s zondagsmorgens licht en we konden door het raam aan de voor en aan de achterkant zien dat er overal water stond, hoog tegen de huizen aan. Er dreef overal wrakhout, en waar er vroeger huizen stonden daar was nu alleen maar water. Die straten waren verdwenen en alle huizen met de mensen soms boven op de daken waren in de golven verdwenen. Er kwamen helikopters boven ons dorp vliegen, die mensen gingen oppikken van de daken van de huizen die nog overeind stonden. Die helikopters hadden we nog nooit gezien. Als kinderen vonden we dat natuurlijk wel heel interessant, dat begrijp je wel.

En er kwam een roeiboot door de straat varen met mensen er in. Mijn vader vroeg door het opengeschoven raam of er nog ongelukken gebeurd waren. Nou, riepen ze vanuit de roeiboot, er zijn honderden mensen verdronken. We wisten niet wat we hoorden! Ondertussen ging mijn vader, toen het water een beetje gezakt was, op een plank door de gang varen en in de woonkamer kijken. En toen zag hij dat er een kast tegen de brandende gaslamp was gevallen die vervolgens in brand was gevlogen en die het hele plafond zwart geblakerd had. Omdat het water boven het bovenste raam kwam, werd de zuurstof afgesloten en daarom is de brand vanzelf geblust. Anders waren we levend verbrand op zolder, want we konden nergens heen.

De tweede nacht, van zondag op maandag, bleven we ook op zolder wachten tot iemand ons zou komen redden. Ik was toen wel bang ’s avonds op bed, want je voelde het huis bewegen en het water tegen de muren klotsen en het waaide nog steeds hard. Het huis had zo maar kunnen instorten om met ons in de golven te verdwijnen. En toen heb ik steeds in mijn gedachten zachtjes gezongen: “Als g’ in nood gezeten en geen uitkomst ziet, wil dan nooit vergeten: God verlaat u niet. Vrees toch geen nood, ’s Heeren macht is groot, groter dan de Helper is de nood toch niet”. En als ik dit steeds zachtjes voor mezelf herhaalde, was ik niet bang meer. En zo zong ik mezelf zachtjes in slaap. De andere morgen (op maandag dus) kwam er ’s middags een roeiboot onder het raam varen. Daarin zat mijn oom, die schipper was. Mijn oom was met zijn schip van Dordrecht naar ons toe gevaren om zijn familie te redden. Nou moet je je voorstellen, het raam werd opgeschoven, de roeiboot kwam vlak onder het raam liggen en de een na de ander werd door het raam naar beneden gelaten in de grote handen van de schipper die je opving en in de roeiboot neerzette. Even schommelde de roeiboot zo hevig, dat er bijna iemand naast de boot in het water terecht kwam. Maar gelukkig ging het toch allemaal goed, en mijn oom roeide met mijn vader en moeder en de vier kinderen door de straten naar de dijk. Dat kon zo maar, want het water stond toen drie meter hoog. Ik stel voor dat we een keer samen naar Oude Tonge gaan en dat we door de straten gaan lopen waar we toen door heen gevaren zijn. Dan lopen we eigenlijk drie meter onder water. Oma was een dag tevoren met een roeiboot opgehaald in een deel van het dorp dat dieper lag dan onze straat. En daar was het water wél op zolder gekomen. Wat zullen ze ook bang zijn geweest. Maar gelukkig heeft God ook hen gered. Je begrijpt wel dat ik oma toen nog niet kende. Zij was toen een meisje van 12 jaar. Mijn oom is toen met ons naar Poederoijen gevaren waar we opgevangen werden bij vrienden van mijn ouders, en daar zijn we toen drie maanden geweest. Wij waren toen geévacueerd, zo heette dat toen. En in ditzelfde dorp Poederoijen ben ik later predikant geworden. Omdat de Heere de belofte die ik Hem gedaan had, toen ik in die rampnacht heel bang was, niet vergeten was. Toen ik voor het eerst ging preken als kandidaat, heb ik aan de Heere gevraagd wat ik moest preken. En toen ik mijn Bijbeltje liet openvallen, las ik deze tekst uit Psalm 66 : 13, 14 “Ik zal met brandofferen in Uw huis gaan; ik zal U mijn geloften betalen, Die mijn lippen hebben geuit en mijn mond heeft uitgesproken toen ik bang was”. Zie je wel dat God dit niet vergeten was? En Hij zorgde er voor dat ik deze tekst moest kiezen voor mijn eerste preek. Onthoud het maar goed: alles wat je van de Heere God vraagt, hoort Hij, al merk je dit soms pas jaren later. Toen ik dan ook in mijn eerste gemeente Poederoijen intree deed, gingen we wonen in het dorp waar ik als jongen van 11 jaar drie maanden op school was geweest en waar ik vriendjes had en allerlei kattenkwaad uithaalde en avonturen beleefde. Ik heb toen tijdens de intreedienst in de kerk laten zingen Psalm 66 : 5 “Hier scheen ons ’t water ’t overstromen, Daar werden wij bedreigd door ’t vuur”. En ook het zesde vers “Ik zal nu ik mag ademhalen, Na zo veel bange tegenspoed, Al mijn geloften U betalen, U die in nood mij hebt behoed”. Zie je dat God altijd je gebeden hoort en je leven leidt, al merk je dat pas veel later?

Maar nu ga ik weer verder met mijn verhaal. Na drie maanden kwamen wij terug in ons dorp en toen moesten we eerst modder ruimen en de vieze troep opruimen. Mijn vader ging helpen met het repareren van de dijken, wat bijna een jaar geduurd heeft. Op het land kon hij toch niet werken want er kon niets verbouwd worden. De landerijen waren wit uitgeslagen van het zout, want je weet dat zeewater zout is. In ons dorp lagen hele straten volledig in puin. Dat moest allemaal opgeruimd worden en als jongen van elf jaar vond ik dat eigenlijk best wel interessant allemaal. Er kwamen zelfs mensen uit Amerika om ons te helpen. Maar heel veel mensen hadden verdriet. Er waren zoveel verdronken mensen. Soms hele gezinnen met twaalf kinderen waarvan er één kind overbleef. Verschrikkelijk, vind je niet?! Die werden allemaal begraven in een massagraf. Later kwam daar een monument van een vrouw met een kind in de arm die wegvlucht voor het water. Koningin Juliana kwam toen ons dorp bezoeken en het hele dorp liep uit. Je begrijpt dat opa en oma dit nooit meer vergeten. Daarom denken wij er op 1 februari altijd weer aan. En als jouw papa jarig is, dan moet jij aan dit verhaal ook maar denken. God heeft ons toen bewaard en ons op onze gebeden gehoord. En zo wil Hij net eender voor jullie zorgen.

Alle liefs, van opa en oma

themanummer Gezinsgids, klik op cover om te vergroten

themanummer Gezinsgids, klik op cover om te vergroten

Winnen, daar gaat het om. Wie wint, overwint...

Winnen, daar gaat het om. Wie wint, overwint...

19 juni 2021

Winnen, daar gaat het om. Wie wint, overwint blijkbaar. Of eigenlijk gaat het er om dat wij zelf winnen. Via de godenzonen. Of de godenzoon bij uitstek. Je weet wel. Zelf zijn we misschien loosers. En toch win je dan. En niet zomaar, nee je wordt overwinnaar. Om niet te zeggen kampioen!

Een ultieme vorm van de 'struggle for life'

Dat is allemaal niet niks. Dat is alles! Dat zie je om je heen. En het luchtruim wordt vervuld of vervuild met gejuich bij iedere overwinning. Alles verschiet gewoon van kleur. Oranje, blanje bleu. Of een variant daarvan. Strijdbaar, dat wel. Zeer strijdbaar. Want het gaat om overleven eigenlijk. Van de godenzonen, en zo van ons natuurlijk. Buitengewoon spannend. Je zou bijna spreken van een ultieme vorm van de 'struggle for life' als je gelooft in de evolutieleer. En dat doen we natuurlijk, al snappen we het niet allemaal of helemaal niet. En als we straks winnen, dan zijn we er. Of nergens. Nou ja, je snapt het wel. Dan is het klaar en uit. Snap je?

Maar snappen we dan niet dat dit een kwaadaardige variant is op de scheppingsleer in de Bijbel? Of van de navenante herschepping? Overwinnen of overleven door de Zoon van God! Je hoort het straks aan alle kanten om je heen… ‘Handklapt en betuigt onze God uw vreugd, wees tezaam verheugd’. Het Lam dat op de troon zat overwon. En wij met Hem. Voor altijd en eeuwig. Kijk dat is het. Helemaal. En dat hoor je dan keer op keer en steeds weer: 'Hoort wat mij God deed ondervinden, wat Hij gedaan heeft aan mijn geest'.

Over overwinning gesproken, nu en eeuwig. En daarom een toekomst vol hoop.

Een nieuw heiligdom is aan ons geopenbaard: het terras

Een nieuw heiligdom is aan ons geopenbaard: het terras

Deze blog werd ook gepubliceerd op CIP

7 juni 2021

Wat zijn we toch onverbeterlijk religieus. Nou ja, wat daarvoor doorgaat. Maar ondertussen. Het openbaart zich in onze samenleving. En openbaring is religie.

Lange tijd hadden we in Nederland twee heiligdommen, de kerk en de synagoge. Daar kwam zo'n vijftig jaar geleden de moskee bij. Toen hadden we er drie, de kerk, de synagoge en de moskee. Maar sinds kort hebben we vier heilligdommen. Het terras kwam er bij. Uit de nood geboren. Geopenbaard onder ons. Hoe lief heb ik het terras! Hoe liefelijk, hoe vol zingenot zijn mij de terrassen! Mijn ziel en lichaam hijgen naar het terras ...! Dat is het. En dat is het helemaal ... ! Het einde, zo gezegd. Ja, en dan? Ja, dan houdt het daarna weer op. Euforie dus. Van Dale noemt dat ‘even een goed gevoel hebben’. Maar dat gaat weer over. Dat gaat voorbij. Binnen de kortste keren soms. En dan? Ja, dan moet je weer opnieuw naar het terras. Als het niet regent, tenminste. Zo ontwikkelt zich een verslaving. Maar nu wordt het gevaarlijk. Wat beheerst je? Wie beheerst je? Een afgod. Een van de vele.

Terras komt van het Latijnse woord ‘terra’. Toen Columbus Amerika ontdekte, noemde hij dat ‘terra nova’, of vertaald: ‘nieuwe aarde’. Nu gaat er ons een licht op. Althans, dat zou kunnen. Als een openbaring, als de openbaring in de Bijbel. Is dat het? Ja, de Bijbelse openbaring laat zich maar moeilijk onderdrukken. Ligt aan de oppervlakte van ons leven. Breekt door ons oppervlakkige leven heen. Een soort ingeschapen natuurlijke Godskennis. Het bijna niet te onderdrukken verlangen naar de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Voed dat verlangen – of dit oud vertrouwen weder – en het is meer dan euforie. Het blijft en beklijft tot in eeuwigheid.

Hoe liefelijk, hoe vol heilgenot, o Heer’ der legerscharen God, zijn mij Uw Huis en tempelzangen. Daarvoor moet je blijkbaar toch in de kerk wezen. Toch maar weer eens gaan kijken. Vandaag naar het terras en zondag naar de kerk. Ja, het klopt. Mijn hart klopt weer. Ik leef weer. Ik leef er van op.

Dan gaat het kruis door de samenleving. Het kruis van Jezus Christus. En zo komt er een uitroepteken in onze samenleving. Naar God. Hoe is het mogelijk? Blijkbaar Gods mogelijkheid!

Op het terras denk ik aan de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. En ik krijg er geen genoeg van. Zowel van het ene als van het andere. Wat een openbaring! We laten ons niet meer verslaven, maar gaan ons laven. Aan God!

~